Blog 15. Het verdwenen hof

Je komt nog eens ergens, als je een boek schrijft over Dordtse vrouwen. En lang niet altijd in Dordrecht alléén. Op 22 juni was ik in Geervliet, op het voormalige eiland van Putten dat tegenwoordig wordt aangeduid als Voorne-Putten.

Geervliet is een oogstrelend stadje. Het is met zijn 1300 inwoners meer een dorp dan een stad. De bochtige straten zijn met kinderkopjes geplaveid. De liefde van de bewoners voor hun historische panden is voelbaar in ieder opgeborsteld gevelsteentje, in iedere zorgvuldig afgelakte daklijst. Alsof ze het contrast zo groot mogelijk willen maken met het industriële staal van het Botlekgebied, dat op een steenworp afstand ligt.

Het historische centrum van Geervliet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geervliet was in de zeventiende eeuw een ommuurde stad. Een stad van betekenis, omdat er tol geheven werd. En omdat er recht werd gesproken: de Hoge Vierschaar kwam er bijeen in het Hof van Putten. Dat gebeurde onder leiding van de ruwaard, Cornelis de Witt.
Het 14de-eeuwse Hof van Putten stond pal naast de kerk van Geervliet. Een enorm gebouwencomplex is dit kasteel geweest. In de tijd van Cornelis de Witt was het al deels verlaten en hier en daar ingestort.
Steeds als het Hof als rechtbank in gebruik genomen werd gingen de ophaalbruggen omhoog. Dan wist iedereen dat de vierschaar bijeen was. Het Hof van Putten was dan een eiland van rechtvaardigheid dat los stond van de rest van de wereld.

Hof van Putten, in 1648 getekend door Roelant Rogman (collectie Rijksmuseum)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De historische vereniging van Geervliet maakte een tentoonstelling over Cornelis de Witt. Mij is gevraagd om bij de opening iets te vertellen over Maria van Berckel, Cornelis’ echtgenote.
Als ik de kerk binnenwandel zie ik meteen dat die er al even puntgaaf bij ligt als de rest van het stadje. Met witgepleisterde wanden en ongekleurd glas-in-lood is het er licht en vriendelijk.
De leden van de historische vereniging zijn merkbaar trots op ‘hun’ kerk. Ze tonen me het 13de-eeuwse praalgraf in het koor en wijzen me  op een kleine deur. Die leidde vroeger naar het Hof van Putten, dat immers pal naast de kerk lag. Cornelis en Maria moeten er vaak doorheen zijn gelopen. Sinds het Hof in de negentiende eeuw werd afgebroken is deze uitgang niet echt meer nodig.

 

Adriaan Herweijer van Rodenburg van de historische vereniging van Geervliet toont het middeleeuwse praalgraf in de kerk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Net als de kerk en heel Geervliet is de bijeenkomst van vandaag tot in de puntjes verzorgd. Ensemble Ma Non Troppo verzorgt de muzikale omlijsting terwijl het publiek binnendruppelt. Op iedere stoel ligt een flyer klaar. De genodigden krijgen koffie met een gebakje. Een beamer en diascherm zijn geïnstalleerd en de geluidsinstallatie werkt. Aan alles is gedacht.
Aan het begin van de bijeenkomst vraagt Berry Konings van de historische vereniging iedereen om te gaan staan. Wat blijkt: Geervliet heeft een eigen volkslied, en dat gaat nu gezongen worden! De aanwezigen zingen wat onwennig mee:
“Langs de boorden der Bernisse, zilt en kolkend als de zee,
Rees ons Geervliet op moerassen, als der schepen veil’ge ree”
Daarna ben ik aan de beurt om mijn verhaal over Maria te vertellen. Zij woonde hier met haar gezin vooral in het zomerseizoen. Cornelis moest nogal eens op pad. Maria en haar kinderen zullen hier ook zonder hem veel tijd hebben doorgebracht.

 

De bezoekers worden onthaald op koffie met gebak, die klaarstaat in het koor van de kerk.

 

Onder het publiek bevindt zich Foort van Oosten, burgemeester van Nissewaard waar Geervliet tegenwoordig onder valt.

 

Berry Konings van de historische vereniging kondigt het zingen van Geervliets Volkslied aan.

 

Na afloop van de opening wandelt het gezelschap naar het oude stadhuis even verderop, waar zich de tentoonstelling bevindt. Verschillende episodes uit het leven van Cornelis de Witt en Maria van Berckel zijn in beeld gebracht. Het Hof van Putten komt er tot leven in de vorm van een prachtige maquette.
Ook de zaal op de bovenverdieping is een bezoekje waard. Daar bevinden zich een aantal manshoge wapenborden die in het Hof van Putten hebben gestaan. Cornelis’ voetstappen liggen in deze zaal. Naast ruwaard was hij namelijk opperdijkgraaf. Hier zat hij de vergaderingen van het Dijkcollege van de Ring van Putten voor.

 

Na de opening van de tentoonstelling wordt getoost in de bovenzaal van het oude stadhuis, waar opperdijkgraaf Cornelis de Witt vergaderingen voorzat. Links tegen de muur zijn wapenschilden zichtbaar, afkomstig uit het Hof van Putten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een vraag die niemand meer kan beantwoorden is, wáár Cornelis met zijn gezin woonde in de periodes dat hij op Putten was. Huurde hij ergens een huis, of had hij een aantal vertrekken in het Hof in gebruik?  De Geervlieters koesteren hun stad en hun historie, maar deze informatie hebben ze (nog?) niet boven water gekregen. Sommige mysteries zijn nu eenmaal gedoemd om onopgehelderd te blijven…

 

***

 

De tentoonstelling CORNELIS DE WITT, RUWAARD VAN HET LAND VAN PUTTEN is nog tot 15 september 2019 te zien in het Museum Stadhuis Geervliet aan de Kaaistraat 2.
Openingstijden: zaterdag van 10-17 uur, zondag van 13-17 uur. Toegang gratis.
oudgeervliet.nl

Ook in het nabij gelegen Den Briel is deze zomer een tentoonstelling over de De Witten te zien. DE GEBROEDERS DE WITT, ICONEN VAN DE GOUDEN EEUW is tot 8 september in het Historisch Museum Den Briel aan de Markt 1.
Openingstijden: dinsdag/zaterdag van 10-17 uur; zondag 13-17 uur.
historischmuseumdenbriel.nl

 

(De foto’s bij dit artikel zijn gemaakt door Willy Leferink)