6. Een spannend jongensboek

Hoe ouder een stad is, hoe langer er geschiedkundigen in rondlopen. Al in de zeventiende eeuw werd er over de geschiedenis van Dordrecht geschreven. Zo verscheen in 1677 het beroemde Beschrijvinge der stad Dordrecht van Matthijs Balen, een boek dat nog steeds boeiend is om te lezen.

De drie belangrijkste stadsgeschiedenissen uit de twintigste eeuw zijn  die van J.L. van Dalen uit de jaren 30, C.J.P. Lips uit de jaren 70 en het driedelige Geschiedenis van Dordrecht uit de jaren 90.

Maar om wat diepgaander de sféér te voelen die de stad in een bepaald tijdperk kende, kan het geen kwaad om ook eens een mooie roman of novelle te pakken. Zo schreef J. Snoep Jr. aan het begin van de twintigste eeuw een spannend jongensboek over Dordrecht in 1572.
Het is getiteld Dordt voor den Prins en begint als volgt:
‘Het was Zondag 16 Maart 1572. Een woeste wind gierde over Dordrecht en de regen viel bij stroomen neer. De klok van Onze-Lieve-Vrouwenkerk had reeds tien uur geslagen toen een wandelaar, zijn weg kiezende door de smalle achterbuurt-straten, zich met bedachtzame schreden naar den Rietdijk begaf’.

Toegegeven, de taal is erg plechtstatig. Daar houden we tegenwoordig niet meer van. Maar als je even doorzet, ga je wel voelen hoe het tumultueuze jaar 1572 voor de gewone man geweest moet zijn. Dordrecht koos toen de kant van Willem van Oranje die in opstand was gekomen tegen de Spaanse – katholieke – machthebbers. De gebeurtenissen moeten  diepe indruk hebben gemaakt op alle inwoners.

In het verhaal volgen we een arme weduwe, een zieke, oude vader en de smidsgezel Maarten Franssen (‘jong nog, immer moedig en vastberaden’.) Het verhaal is moralistischer dan de hedendaagse lezer kan verdragen. Vaak ook wat dramatisch en sentimenteel. Maar de schrijver heeft zich merkbaar grondig in de geschiedenis verdiept. Dat maakt dat je het toch met veel plezier leest. Ik wel, althans.

Er bestaat ook fictie over Dordrecht van hoger literair niveau. De novelle De man met de twee levens, bijvoorbeeld. Dit verhaal van Theun de Vries gaat over diezelfde omwenteling in 1572 in Dordrecht. Hij schreef het in 1971, in opdracht van het Herdenkingscomité Statenvergadering 1572.

Het verhaal vertelt hoe de notarisklerk Barthold Vermuyen voor de Dordtse autoriteiten probeert te verbergen dat hij doopsgezind is en dus ontrouw aan de oude, rooms-katholieke kerk.
Naast het ongeëvenaarde taalgebruik van De Vries zijn ook zijn gedetailleerde observaties prachtig. Dankzij hem weet ik hoe de mensen gekleed gingen, wat ze aten, hoe ze elkaar begroetten.

In beide boeken wordt een zeer moedige, Dordtse vrouw uit die tijd genoemd. Zij heette Maria van Beveren en was de dochter van Cornelis van Beveren, die na de omwenteling de eerste ‘gereformeerde’ burgemeester van Dordrecht werd. En let wel: deze Maria van Beveren heeft echt bestaan. Ze heeft haar leven gewaagd om geloofsvervolgden in veiligheid te brengen.

Uiteraard is zij een van de vrouwen die in Dochters van Dordrecht aan bod komen.