3. Op zoek naar een doos, vind ik een brief

Ik ben op zoek naar een doos. En die doos, die bevindt zich in Den Haag. In het Nationaal Archief, om precies te zijn. Het is een doos vol met brieven en documenten, geschreven door Johan de Witt, Cornelis de Witt en nog enkele tijdgenoten. Er zitten ook documenten tussen die Maria van Berckel, de echtgenote van Cornelis de Witt, heeft geschreven. En dáárin ben ik vooral geïnteresseerd, want Maria is immers een van de vrouwen die ik in Dochters van Dordrecht ga beschrijven.

Ook de dromen van Maria van Berckel zitten in die doos, zo is mij verteld. Ze heeft ze zelf opgeschreven. En dat is bijzonder, want het zijn niet zomaar een paar onschuldige dromen. Het zijn regelrechte nachtmerries. Ze geven aan hoe beangstigend de gebeurtenissen af en toe voor Maria geweest moeten zijn.

Natuurlijk wil ik dit alles ontzettend graag bekijken. Maar…mag dat wel? Kun je zomaar het Nationaal Archief binnenstappen om daar originele documenten vast te houden die Johan de Witt driehonderd jaar geleden heeft geschreven? Ik bestudeer de website van het archief. Het dossiernummer is snel gevonden, een account is zo aangemaakt. Zou het echt zo makkelijk gaan?

Het antwoord is: ja. Op een zonnige dag in september stap ik het Nationaal Archief binnen en word ik door een vriendelijke mevrouw aan de receptie op weg geholpen. Natuurlijk zijn er voorwaarden. Ik moet mijn paspoort laten zien en mijn spullen gaan in een kluisje. Een bewaker controleert mijn notitieboek. Een pen mag ik niet meenemen, er liggen speciale potloden klaar om aantekeningen te maken.

Maar dan… ben ik toch echt binnen. Zenuwachtig geef ik mijn briefje af aan de balie. Ik verwacht half dat ik alsnog weggestuurd word. Maar even later sjouw ik met een grote doos door de studiezaal. In het midden zit nóg een bewaker. Een dikke man in uniform, die relaxt maar alert om zich heen zit te kijken.

Mijn handen trillen een beetje als ik de doos open. Even later glijden mijn vingers door de vergeelde papieren. Het meeste is geschreven in een voor mij onleesbaar handschrift. Ik ruik even: een stoffige geur. Hier en daar kom ik de naam Johan de Witt tegen, en Cornelis de Witt. Ondanks het kriebelhandschrift zijn die namen goed te ontcijferen. Het is bijna niet te bevatten dat de handen van die beroemde mannen ooit op deze papieren gelegen hebben…

Met behulp van een inventarislijst lukt het me om de stukken met Maria’s dromen te vinden. Mijn adem stokt even als ik een brief aantref die is ondertekend door Maria van Berckel. Verbijsterd staar ik naar de de datum: ‘Rotterdam, 20 augustus 1672’.  Dat is de dag waarop Johan en Cornelis vermoord zijn! Dus Maria was toen in  Rotterdam… Gefrustreerd tuur ik naar de letters op het papier. Het is een wat schools, meisjesachtig handschrift. Ik heb geen idee wat er staat.

De ondertekening door Maria van Berckel in haar brief van 20-08-1672

Ik pak mijn fototoestel (dat mocht wel mee naar binnen) en fotografeer Maria’s dromen en de geheimzinnige brief. Dan geef ik de doos weer af aan de balie en loop stilletjes, sluipend bijna, de studiezaal uit.

Nu snel iemand vinden die de boel voor mij kan ontcijferen.